Dinsdag 21 april. Vandaag weer mijn eerste chemo. Jeetje, wat een spanningen en verdriet. En wat zie ik er ongelooflijk tegen op. Ook weer vele slechte nachten gehad. Ik heb wel slaaptabletten, maar helaas werken deze ook niet echt, of voor maar heel even. We moeten er om twaalf uur zijn. Stefan gaat mee en wacht mee in de wachtkamer. Helaas mag hij niet bij de chemo zijn. In verband met het coronavirus mogen er zo min mogelijk mensen bij zijn. We balen hier ontzettend van. Alles bij elkaar zit ik daar dan vier en half uur alleen met zoveel spanning en verdriet. Niet te doen..
Ze zetten de cool cap op. Ik heb hem vorige week al moeten passen, het is een raar gevoel. Het zit erg strak en is echt megakoud. Ze prikken m’n port-a-cath aan. Dit lukt gelukkig in een keer goed. Ik krijg eerst medicatie tegen de misselijkheid en allergie. Ook krijg ik nog een medicijn waarvan je moe en slaperig kan worden. Daarna komt de chemo. Het gif druppelt langzaam mijn lijf binnen. Ik heb het erg koud, dit komt door de cool cap. Ik krijg een dekentje. De volgende keer toch nog maar extra kleren bij aandoen, want ik krijg het niet warm. Ik word al wat slaperig, dus doe mijn oogjes maar een beetje dicht. Verder heb ik veel boekjes bij me en nog een boekje om m’n blogs misschien verder in te schrijven. Wat moet je anders in vier en half uur tijd? Maar ik ben zo futloos en moe dat ik echt helemaal niks heb gedaan dan een beetje rond gekeken, wat gedronken en verder alleen maar gerust. Na drie uur zit de chemo erin, maar de cool cap moet ik nog anderhalf uur ophouden. Pfff, wat een lange zit. Na vier en half uur ben ik klaar en komt Stefan mij weer ophalen. In de auto moet ik weer veel huilen, hopelijk ga ik niet al te ziek worden. Thuis ga ik gelijk op de bank. Zoooo ontzettend moe. ’s Avonds slaap ik slecht.

De volgende dag ben ik ook ontzettend moe en futloos. Ik heb buikpijn en ben misselijk. Gelukkig hang ik niet boven de wc te spugen. Ik voel me zo ellendig. Waar ben ik toch weer aan begonnen?
Ik krijg vele berichtjes, maar heb echt geen fut om er op te reageren. Dit komt weer wel als ik me ietsje beter voel. We proberen wel iedere dag heel even naar buiten te gaan. We hebben een rolstoel gehuurd. Ik ben zo futloos, maar dit komt ook omdat m’n lichaam zo hard aan het werk is. Ik ben blij met de rolstoel, zo kan ik toch even naar buiten een frisse neus halen, maar vind het ook erg confronterend. Mensen kijken naar je..

Liefs,
Nikita

 

Bron foto: privécollectie Nikita

< Vorige column Nikita Volgende column Nikita >