31 mei. Vandaag is het zover. Vandaag gaat het gebeuren. Mijn eerste operatie in mijn leven en dan al meteen zo’n zware. Hierna kan het alleen maar beter worden, bedenk ik me. Ja, je moet toch wat positieve woorden tegen jezelf blijven zeggen op zo’n dag anders ben je een emotioneel wrakkie van hier tot Tokyo.

Ik heb me klaargemaakt thuis, mijn koffertje met slaapspullen staat klaar. Klaar om op vakantie te gaan! WAS HET MAAR WAAR! Niet dus. Ik mag met mijn koffertje naar het ziekenhuis. Ik moet om 08.15u binnen zijn op de mammacare-afdeling. Mijn zus, Marjolein, is netjes op tijd om mij op te halen. We hebben met mama en Chantalle (andere zus) afgesproken in het ziekenhuis. Onderweg praten Marjolein en ik een beetje over koetjes en kalfjes. Ik heb een brok in mijn keel. Als ze nu begint over mijn operatie, dan breek ik. Dus dat doen we maar even niet.

Op de afdeling aangekomen word ik naar mijn bed begeleid. “Dit is je plek voor de komende dagen”. Ik lig op een kamer met 3 andere vrouwen die een soortgelijke operatie hebben gehad. Ik vind het allemaal maar onwerkelijk.

Om half 9 moet ik me melden bij de afdeling nucleaire geneeskunde. Zij gaan mijn poortwachtklier opsporen met een speciaal apparaatje zodat ze de klier op mijn huid (onder mijn oksel) kunnen markeren met stift. Mama is met mij mee gelopen naar de afdeling en zit op een afstandje te kijken op de stoel. Ik lig daar…. Ik voel dat mama naar me kijkt en dat ze met tranen in haar ogen zit. Ik kijk niet, want anders moet ik ook huilen. Ik houd me sterk. Ik voel dat het nodig is om me groot te houden. Ik voel een soort gekke rust over me heen komen. Ik weet dat dit moet gaan gebeuren. Ik moet dit gaan doen. Mijn ‘stiften-tattoo’ is gezet en ik mag terug naar de mammacare-afdeling.

Eenmaal terug daar, moet ik me direct om gaan kleden. Ik moet een blauw schortje aan en een gek synthetisch broekie aan. Charmant is anders. Maar hey, who cares! Niemand die het ziet… Behalve alle mensen op de operatiekamer! Maar die zijn hopelijk met andere dingen bezig!

Ik heb mijn zussen en moeder gevraagd om de videocamera mee te nemen naar het ziekenhuis. Zodat er nog beelden zijn van voor en na de operatie. Leuk voor later! Kan je je eigen stonede hoofd terugkijken als je terugkeert van de narcose. Chantalle doet de camera ook aan voordat ik wegga. We huilen. We knuffelen nog even en daarna komt de plastisch chirurg nog langs om met stift alle contouren te tekenen. Want straks als het weefsel allemaal uit de borsten is, dan houd je lege enveloppen over. Dus hij moet wel een beetje weten hoe de contouren waren. Ik wil het namelijk allemaal zo natuurlijk mogelijk terugkrijgen. Dat is het idee. Hij vraagt aan me: Wil je nog wat weten? Wil je nog wat vragen? Ik denk: Ja geef me je nummer maar even en zullen we ook na deze troep eens lekker een drankje gaan doen om te vieren dat je mijn boobies knettermooi hebt gemaakt? Ik lach stiekem in mezelf en netjes als ik ben, zeg ik: “Nee hoor. Ik wil alleen wel graag dat je ‘ze’ mooi aflevert”. Ik bemerk de nuchterheid in mijn stem. Nepperd! Van binnen schijt je 7 kleuren!!!

De Plast is weg en dan is het tijd om echt naar de operatiekamer te gaan. Ik moet gaan liggen in het ziekenhuisbed en wordt naar de OK gereden. Mijn zussen en mama lopen mee. Met z’n allen in de lift en nog steeds wordt er gefilmd. Als laatste nog een dikke knuffel en dan rijd ik de schuifdeuren door de ‘holding’ op.

Ik heb rillingen over mijn hele lichaam en voel de onrust in mijn lijf. Op de holding liggen nog 8 andere mensen. Allemaal een eigen bedje. Alle leeftijden liggen er. Een klein, jong meisje ligt tegenover mij. Naast haar bed, haar papa die haar handje vasthoudt. Ik zeg tegen mezelf: “Als zij het kan, kan jij het ook Karlijn. HUP!” De anesthesist houdt me aan de praat en brengt wat plakkers op mijn lijf. Voor ik het weet word ik doorgereden naar de operatiekamer en daar staan ze allemaal met blauwe pakken en mondkapjes op mij te wachten. Precies zoals op tv.

Burgmans, mijn chirurg, geeft me een hand en zegt dat ik in goede handen ben. Haar blauwe ogen spreken boekdelen en ik krijg mijn rust weer terug. Ik mag met mijn armen wijd gaan liggen op de daarvoor bestemde beugels. Ik voel dat er op rechts wat aan mijn infuus wordt gezeten en ik kijk links naar de anesthesist die met me aan het praten is.

Hij vraagt me: “Zullen we eens lekker op vakantie gaan?” Ik lach. Ik zeg: “Ja, is goed”. Hij: “Waar wil je heen?” Ik: “Nou, Curaçao lijkt me wel een leuk idee.” Hij: “Oh wat leuk! Wie ga je meenemen?” En voor ik wil gaan zeggen wie er met me mee gaan naar Curadise voel ik een soort gek gevoel in mijn rechterarm en weg ben ik…

 

Bron foto: www.dokterdokter.nl