Ik sta te wankelen op mijn benen… Misselijk, o zo misselijk.. Ik kan maar kleine woordjes of zinnetjes zeggen want voor ik het weet komt er weer een vlaag misselijkheid aan. Ik ben aan het vechten tegen die vlagen. Ik zeg bijna niks, ik lig slapend of hangend op de bank. Ik voel me slap. Ik voel me naar. Alle woorden, geluiden en geuren zijn teveel. Overprikkeld door de chemische stof die in me zit. Het voelt alsof ik op dit moment niks meer aan kan. Er hoeft nu maar een piepklein dingetje te gebeuren en ik wankel nog meer… Het voelt als een soort van evenwichtsbalk waarop ik aan het wankelen ben. Het kan de ene kant op of de andere kant.. Ik blijf steeds maar hopen op de positieve kant. Hopen op positieve momenten op de dag en hopen dat morgen weer een betere dag wordt…  Ik voel dat het zwaar is. Ik ben een zwaar gevecht aan het leveren. Voor mezelf en met mezelf. Mijn lijf is aan het vechten om beter te worden. Ik voel de zware hartkloppingen door mijn hele lichaam gaan.

Ergens ben ik best wel trots! Op mijn lijf! Maar ergens voel ik ook dat ik mezelf zielig vind op dit moment… Ik zie mezelf zoveel liever stralend en lachend door het leven gaan.. Dat doet zeer! Dat dit vandaag even niet lukt!

Ik merk ook dat mijn vader en moeder het moeilijk vinden om me zo te zien.. Vooral mama. Ik voel haar verdriet. De manier waarop ze naar me kijkt en me steeds in de gaten houdt. Ik zie de bezorgdheid in haar ogen. Zij ziet mij ook liever lachen.. Dat weet ik! Voor mijn moeder moet het ook een zware taak zijn… Haar jongste dochter zo hard zien vechten tegen die rot ziekte en niets kunnen doen. Ik weet dat ze dit alles van me over zou willen nemen als dat kon. Maar nee, dat wil IK dan weer niet. IK ga dit gevecht wel aan mama. I can do this!

Ik ben tijdens mijn chemo-weken de eerste week bij mijn ouders. Die eerste week is namelijk het zwaarst en de twee weken die daarna volgen ga ik lekker terug naar mijn eigen huisje. Ik woon op mezelf in Utrecht in een fijne, knusse studio. Ik vind het ontzettend fijn om mijn eigen plekkie te hebben en mijn eigen boontjes te doppen. Maar in deze barre tijden kan ik er niet omheen; ik heb gewoon soms echt de hulp nodig van mijn lieve ouders en zussen.

In die eerste week dat ik bij mijn ouders ben, ben ik niks waard. Ik ben ontzettend misselijk, slik anti-misselijkheidsmedicijnen, loop de hele dag in mijn pyjama en voel me enorm naar. Mijn zussen vroegen me laatst om het gevoel wat ik in die week heb eens te beschrijven. Zij kunnen natuurlijk niet in mijn koppie kijken en willen graag weten wat er allemaal speelt. Ik heb erover nagedacht om dit gevoel eens te beschrijven. Maar ik vind het echt heel lastig! Hoe kan je nou iets wat heel naar is en je lijf helemaal van de wap brengt echt goed beschrijven? Ik kan alleen vertellen dat ik me heel kwetsbaar voel tijdens deze eerste week van herstel. Toen bedacht ik me, misschien kan ik het beter uitleggen wanneer ik het in beeldspraak uitleg:

Ik begon met de vraag: Wat is voor jou het meest kwetsbare diertje wat je kent? Daarna ging ik verder: Voor mij is dat een ‘piertje’. Een Piertje dat op straat ligt; Kwetsbaar, kronkelend, niet echt weten wat ie moet doen, niet weg kunnen duiken onder de grond en wachtend op een vijand die hem als prooi ziet.
Zo. Nou. Gelukkig heb ik die eerste week van mijn chemokuur geen vijanden die mij als prooi zien (althans, daar ga ik even vanuit) maar de rest van de beschrijving klopt wel aardig. Zo voel ik me dus. Mijn zussen moesten wel lachen toen ze dit verhaal hoorden en konden zich ineens veel beter in mij verplaatsen. Ik kreeg een dikke knuffel en een kus van ze. “Hier piertje, hier heb je een beetje liefde! Dat zal je vast nodig hebben na zo’n zware week…. “

 

 

Bron foto: privécollectie Karlijn

< Vorige column Karlijn Volgende column Karlijn >