De meest confronterende bijwerking van de chemo vind ik het haarverlies. Aangezien hier geen ontkomen aan is, heb ik besloten het heft in eigen handen te nemen en mijn haren te doneren aan stichting Haarwensen voordat het begint uit te vallen.

Na wat speurwerk op het internet blijkt al snel dat het vinden van een geschikte pruik niet zo gemakkelijk zal worden, daarbij zit er een flink prijskaartje aan vast. Er zijn verschillende kapsalons die zich hierin hebben gespecialiseerd. Ik heb gekozen voor een kapsalon die werkt met synthetische pruiken gemaakt van nep haar. Heel eerlijk, een pruik van echt haar valt niet binnen mijn budget. Ik had een afspraak bij de kapsalon gemaakt om de pruiken te bekijken en te passen. Met mijn inmiddels bekende ‘ondersteuningsbrigade’ vertrekken we een beetje giechelig naar de kapsalon. We lopen samen de kapsalon binnen, het personeel is meteen heel vriendelijk, de inrichting van de kapsalon is een beetje oubollig. Als de laatste klant de deur uit is mag ik plaats nemen in de stoel. We kijken samen in een boekje naar allerlei voorbeeldmodellen van pruiken. De meeste pruiken zijn naar mijn mening wat ouderwets en ik probeer te zoeken naar enkele vlotte modellen, het liefst iets dat op mijn eigen kapsel lijkt óf juist totaal iets anders. Ik blader het hele boekje door, bij elke bladzijde klinkt er een duidelijke “ja” of “nee”, een “misschien” zit er niet tussen. Ze knikt, loopt naar achter en gaat op zoek naar de uitgekozen pruiken. Uiteindelijk komt ze met een stuk of tien dozen terug. Bijna alle pruiken die ik had uitgezocht heeft ze op voorraad liggen De anderen worden besteld en kan ik bij de definitieve afspraak passen. Het passen levert toch wel wat lachwekkende momenten op, zoals bij de pruik met krullen waarbij mijn moeder meteen roept: “Je bent net een poedel!”. Nadat ik alle pruiken heb gepast, blijft er een kleine selectie over, maar een pruik die lijkt op mijn eigen haar heb ik niet gevonden.

De definitieve afspraak om mijn haar af te knippen, wordt ingepland vlak na de eerste chemokuur. Ik heb heel erg tegen vandaag aan lopen hikken. Maar als het moment dan daar is om naar de kapsalon te gaan, kan ik alleen maar aan slapen denken. Ik ben zo ontzettend moe en futloos dat het me allemaal weinig interesseert. De afspraak is na sluitingstijd. Deze keer lopen we een stuk stiller en minder giechelig naar binnen. Ik neem plaats in de stoel en we doorlopen samen alle opties opnieuw, elke pruik wordt aan een grondige inspectie onderworpen. We komen uiteindelijk uit op drie kanshebbers, de definitieve keuze maken vind ik lastig. Ik stel zelf voor om eerst de haren af te gaan knippen en dan te kijken wat het fijnste zit en het beste staat. De kapster begint van mijn haar allemaal kleine staartjes te maken. Mijn ondersteuningsbrigade is in stilte aanwezig, de kapster vertelt wat over koetjes en kalfjes, maar dit gaat grotendeels langs ons heen. Ik probeer nog een klein grapje te maken, maar er valt op dit moment weinig te lachen. Als alle staartjes zijn gemaakt, vraagt ze of we er klaar voor zijn. Ik kijk naar mijn vriend en knik, dan kijk ik naar mijn moeder die al de eerste tranen in haar ogen heeft staan.

Mijn blik draait terug naar de kapster en ik zeg: “Knip ze er maar af.”. Ze begint de staartjes van achter naar voor één voor één af te knippen. Ik probeer de beweging van de schaar te volgen, maar ik kan mijn ogen nauwelijks openhouden. Ik dacht dat ik heel verdrietig zou worden, in huilen zou uitbarsten of me juist ontzettend boos of onmachtig zou voelen, maar ik voel enkel moeheid en een zwaar gevoel in mijn lijf. Als alle staartjes zijn afgeknipt, knipt de kapster mijn overgebleven haar op gelijke lengte. We doorlopen alle opties een laatste keer en ik weet meteen welke pruik het wordt. Ik kies voor een model dat ik met mijn eigen haar nooit gestyled zou krijgen, terwijl ik nu enkel een keer met de pruik hoef te schudden om het terug in model te krijgen.

 

Bron foto: privécollectie Elja