In afwachting van het advies van het ziekenhuis waar mijn behandeling weer zal worden voortgezet, maken mijn gedachten overuren, vooral omdat de tumor net op de grenswaarde zit voor chemotherapie. Alle voor- en nadelen van chemotherapie probeer ik tegen elkaar af te wegen. Ik merk al snel dat ik minder moeite heb met het verlies van mijn borsten dan met de mogelijke gedachten over het verlies van mijn haren. Tegelijkertijd wil ik ook elke mogelijkheid tot behandeling aangrijpen die eventueel achtergebleven kankercellen aanpakt, om zo de kans op terugkeer van de ziekte zo klein mogelijk te maken. Een definitieve keuze maken lijkt onmogelijk.

Tijdens het gesprek met de oncoloog worden mijn vriend en ik wederom beladen met informatie. De soorten chemotherapie die toegediend gaan worden, de frequentie ervan, welke bijwerkingen ik kan verwachten en wat ik daar zelf eventueel tegen kan of zelfs moet doen. Het moeilijke vind ik dat ze niet kunnen voorspellen van welke klachten je last krijgt en welke klachten je bespaard blijven. Ik kan me daardoor ook moeilijk voorbereiden op mijn eerste chemokuur. Er is letterlijk maar één ding wat ik zeker weet en waar ik me dan ook op voorbereid en dat is het verlies van mijn haren. Het onwetende en geen grip hebben op de situatie maken me nerveus.

Een week later, als de middag aanbreekt ga ik samen met mijn moeder, zus en vriend ietwat gespannen naar het ziekenhuis. De afspraak bij het chemo-dagcentrum staat voor half twee gepland, maar zoals ik al had verwacht lopen ze achter op schema. Een half uurtje later worden we door een lieve verpleegkundige naar een eenpersoonskamer gebracht. Ze biedt ons eerst wat te drinken aan en komt dan naast me op een krukje zitten. Al pratende worden alle spulletjes voor het plaatsen van een infuus klaar gelegd, ook de infuuslijn hangt al klaar. Gelukkig ben ik gemakkelijk te prikken en zit het infuus er in één wip in. De chemo wordt gehaald en het eerste zakje wordt aangesloten. Met een gespannen gevoel kijk ik hoe de vloeistof langzaam in het systeem druppelt, verder richting mijn arm loopt en uiteindelijk via het infuus mijn ader instroomt. Gespannen en alert op alle gevoelens in mijn lichaam kruipen de eerste minuten voorbij. Een acute reactie blijft uit. Toch blijft mijn gevoel alert op alle processen in mijn lichaam. De verpleegkundige gaat, na even observeren, alweer snel over tot haar dagelijkse routine net zoals ik dat zelf waarschijnlijk ook zou doen. Het ene na het andere zakje druppelt in, in totaal 3 stuks. Ik verbaas me er over dat ik op dat moment eigenlijk niets voel. De verpleegkundige verwijdert het infuus en we zijn klaar om te gaan. Wanneer ik opsta voel ik me alleen een beetje wazig in mijn hoofd. Nadat we bij de apotheek een hele voorraad medicatie hebben gehaald, gaan we naar huis.

 

Bron afbeelding: privécollectie Elja