Maandag 15 oktober 2018

Morgen heb ik de echo, maar die valt echt halverwege de middag, dus ik loop even bij mijn leidinggevende langs dat ik morgen eerder weg ben omdat er een echo gemaakt moet worden vanwege een knobbeltje wat ik gevoeld heb. Ze vraagt of ik mij zorgen maak. Nee, dat doe ik niet. Ik ben er namelijk nog steeds van overtuigd dat het gewoon een cyste is. Dit heb ik zaterdag ook tegen een vriendin gezegd waarmee ik naar de sauna was. In driekwart van de gevallen is ‘een knobbeltje’ een cyste en dit voelt zo glad dat dit wel een cyste moet zijn, helemaal op mijn leeftijd. Ik zeg tegen mijn leidinggevende dat ik morgen na de echo thuis verder ga werken en woensdag (mijn vaste vrije dag) de gemiste tijd ook nog in ga halen, want mijn collega is op vakantie en ik heb nog een aantal dingen die ik graag af wil maken. Dit is uiteraard geen enkel probleem, ‘kijk maar wat lukt’ krijg ik te horen.

Dinsdag werk ik tot een uurtje of kwart voor twee en stap dan de auto in. Ik ben ’s ochtends bij de reumatoloog geweest en heb het daar verteld, maar ook erbij gezegd dat het dus hoogstwaarschijnlijk een cyste is. Iets waar ik ook echt van overtuigd ben op dat moment. De verpleegkundige wenst mij sterkte, en ik heb zoiets van ‘zo spannend is een cyste toch niet?’. Ik moet er om kwart voor twee zijn, dus om een uurtje of een pak ik mij spullen in en meld ik aan het secretariaat dat ik de rest van de middag buiten de deur ben, maar wel bereikbaar per mail.

Aangekomen in het ziekenhuis blijkt dat er alleen een mammografie aangevraagd is, terwijl de huisarts een echo aangevraagd heeft. De huisarts heeft tegen mij gezegd dat ze juist een echo ging aanvragen omdat ik zulk stevig borstklierweefsel heb en een mammografie onvoldoende informatie op zal leveren. Wat baal ik hiervan. Ik wil vandaag gewoon duidelijkheid. Als ik word binnengeroepen door de radiodiagnostisch laborant, zeg ik tegen haar dat ik verwacht had dat ik een echo zou krijgen, geen mammografie. Gelukkig stelt ze mij gerust, ze gaat regelen dat die echo ook gemaakt gaat worden. Vandaag nog omdat er duidelijk een knobbeltje te voelen is. Misschien moet ik even wachten, maar ze gaat het regelen. Dat is wel een opluchting. Ik wil gewoon de zekerheid dat het een cyste is en niet iets anders.
De mammografie valt best mee, had het pijnlijker verwacht na een aantal horrorverhalen over pijn en blauwe plekken enzo. Al vrij snel word ik binnengeroepen voor de echo. Op de echo is inderdaad een cyste te zien. Alleen wel een hele kleine. En in de andere borst waar ik het knobbeltje voel zit overduidelijk geen cyste. Degene die de echo maakt zegt op een gegeven moment dat ze gaat overleggen met de radioloog en dat die waarschijnlijk zelf ook nog wel even wil kijken. Op dat moment staan bij mij de alarmbellen al even aan en weet ik van binnen al dat het niet goed is. Het lijkt een eeuwigheid te duren… Als de radiodiagnostisch laborant terugkomt heeft ze inderdaad de radioloog bij zich. Die wil zelf ook nog even uitgebreid kijken. Als de radioloog klaar is met kijken, zegt ze dat er morgen een extra biopsiespreekuur is, en dat ze mij daar ook op wil zetten. Daarnaast wil ze ook dat ik naar de mammacare verpleegkundige ga. Ze vraagt of ik dan kan. Eh, ja natuurlijk kan ik. Wat ik ook in m’n agenda heb staan is niet meer belangrijk. Ik vraag waar ze aan denkt, het antwoord wat ze geeft is: ik word erg onrustig als ik dit zie. Als verpleegkundige loop ik lang genoeg mee dat ik weet wat deze woorden betekenen, maar het liefst zou ik het woord gewoon horen. Vertel gewoon dat er gedacht wordt aan kanker, anders wil je iemand niet de volgende dag al een biopsie doen en direct doorsturen naar de mammacare verpleegkundige. Als ik het ziekenhuis uitloop bel ik m’n ouders. De dag ervoor had m’n moeder nog gevraagd of ze mee moest naar de echo en toen had ik gezegd dat ik dat onzin vond, want ‘het was toch maar een cyste’. Daarnaast moet ik ook m’n leidinggevende bellen, want ik zal vanmiddag niet meer werken en morgen ook niet, want dan moet ik voor de biopsie en naar de mammacare verpleegkundige. Iedereen schrikt, ook m’n zusjes die ik even later bel. Ik merk dat ik direct in een soort overlevingsstand kom en behoefte heb aan informatie. Emoties zijn eigenlijk niet aanwezig, geen verdriet, geen woede, ik voel niets. Ik denk heel rationeel, dit is de situatie, wat heb ik nu nodig? Dat is vooral informatie. Over soorten borstanker en behandelingen. Ik vind veel informatie op de site van de borstkankervereniging en begin al aan een vragenlijstje. Vooral heel praktisch: wat is de diagnose en hoe ziet het traject er nu verder uit? Tevens besluit ik dat ik naar een ander ziekenhuis wil, ik wil naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis omdat ik denk dat ze daar meer ingericht zijn op mijn leeftijd. ’s Avonds bel ik nog een keertje met m’n moeder. Ze vraagt of ze morgen mee zal gaan, want twee horen dan meer dan één. Heel graag, want er gaat nu zoveel op mij af komen en dan is alle steun welkom.

De volgende ochtend zijn m’n ouders al op tijd bij mij. We spreken nog even door wat nu belangrijk is en wat ik wil weten. Ik ga samen met m’n moeder naar het ziekenhuis, m’n vader gooit ons daar af. Als eerste moet ik naar de verpleegkundige. Zij vraagt de voorgeschiedenis uit en voelt ook aan de borst. Net als gisteren vraag ik ook aan haar wat ze denkt. Het antwoord is dat het zorgelijk is wat ze voelt. Weer valt het woord kanker niet, maar iedereen weet het. Alsof het de olifant in de kamer is waar niemand over praat. Ze vertelt dat het gebied wat gisteren op de echo gezien is ongeveer 4 à 4,5 cm is en dat zij dat ook voelt, dat wist ik nog niet. Ik schrik van de grootte, hoe kan het dat ik dat zelf nooit gevoeld heb? Ik geef aan dat als het daadwerkelijk borstkanker is, dat ik dan naar het AVL wil. Ze begrijpt het en geeft aan dat het uiteraard geen probleem is.

Daarna staan de punctie en biopsie op het programma. Toevallig zijn het dezelfde laborant en radioloog als gisteren. Dat is wel heel fijn, scheelt uitleggen. De biopsie valt mij heel erg mee. Ik wist van te voren niet goed wat ik ervan moest verwachten, hoe pijnlijk het zou zijn. Maar ik ervaar het niet als pijnlijk, en ik word goed begeleid bij elke stap. Zo laten ze van te voren de klik horen die je hoort op het moment dat de biopsie genomen wordt en vertellen ze continue wat ze gaan doen. Uiteindelijk moet er wel gewisseld worden naar een kleinere naald, omdat het borstklierweefsel te stevig is en de naald niet goed sluit. Daarna verloopt het zonder problemen, er wordt ook nog een marker geplaatst om de tumor te markeren. Vervolgens wordt vanuit een klier in de oksel ook nog een punctie genomen, daar zit waarschijnlijk een uitzaaiing van een halve centimeter. Maandagochtend ga ik de uitslag krijgen, om half twaalf. Ik vrees dat het een paar lange dagen gaan worden…

 

Foto: privécollectie Anneke

< Vorige column Anneke